Dictator – de Pitchcoach
Dr. Lisa Peters vroeg naar aanleiding van mijn vorige blog over het negatieve effect van een te lage camera bij videobellen: “Ik vraag me nu wel af hoe dit zich verhoudt tot het kikvorsperspectief in bijvoorbeeld de films van Leni Riefenstahl. Kun je daar meer over vertellen?”
Dat vorige blog ging het over het onderzoek van Baranowski en Hecht dat laat zien dat een lage camerapositie je betrouwbaarheid (‘trust’) verlaagt.
Dus Lisa’s vraag is heel logisch: waarom zou de favoriete filmmaker van Hitler dan vanuit een extreem laag kikvorsperspectief filmen?
Het antwoord daarop is tweeledig:
1) Omdat het je groter doet lijken. En groot wordt met kracht geassocieerd.
2) Omdat het je assertief/agressief doet lijken, doordat dit perspectief je nekaderen laat zien en je opgeheven kin. Het is lichaamstaal die past bij agressie.
Zeg maar eens hardop: ‘kom maar op!’ tegen iemand. Dan gaat je kin automatisch omhoog en stel je je nekaderen beschikbaar.
Kortom: het kikvorsperspectief past bij iemand die intimiderend en krachtig wil lijken. Dat is niet noodzakelijkerwijs iemand die ook tegelijkertijd betrouwbaar wil lijken.
Voor mijn cliënten is hun betrouwbaarheid echter veel belangrijker dan hun intimidatievermogen. Net als voor iedere ander in een goed functionerende democratie waar het om overtuigen draait en niet om intimideren.
Dus: technieken die voor een autocraat werken (laag camerastandpunt, intimiderende lichaamstaal, voortdurend onwaarheden vertellen), werken niet automatisch ook voor mensen die in een democratie willen functioneren.
PS Overigens werken ze ook niet als je je eigen onderkin en hals erg onelegant vindt, zoals bleek uit president Trump’s negatieve reactie op de foto die Time Magazine onlangs gebruikte op de cover.