Clicker – De Pitchcoach
“Ze vroegen of de powerpoint het niet deed. Meerdere mensen kwamen na afloop naar me toe”, zegt hij. Ik hoor de twijfel in zijn stem of slechts één powerpointdia gebruiken wel een goede keus was.
Peter (niet zijn echte naam, wel zijn echte verhaal) heeft een 90 seconden pitch tijdens een event voor tech-investeerders gegeven en we hebben er bewust voor gekozen om alleen een powerpointslide van zijn hoofdproduct te laten zien met de naam van het bedrijf er duidelijk op. Zodat alle aandacht naar hem als presentator gaat.
“Was je slide niet zichtbaar?”, vraag ik.
“Nee, die kwam prima in beeld”.
“Had de rest wel een heleboel powerpointdia’s?”
“Oh ja, met veel ingewikkelde plaatjes en vol met tekst”.
Dat is precies wat niet werkt als je wilt overtuigen, want het veroorzaakt bij je publiek wat de wetenschap ‘cognitive overload’ noemt – zoveel informatie dat je afhaakt. Vandaar dat we dat juist NIET gedaan hebben voor zijn 90 seconden pitch.
Ja, dat is anders dan anders, maar in de goede zin des woords. Niet iets waar je normaliter van meerdere mensen negatief commentaar op krijgt. In tegendeel, het gebruikelijke commentaar dat mij cliënten dan krijgen, is meer iets als: “Wat verfrissend dat je daar gewoon stond en je verhaal deed. Tof! Ik was helemaal op jou gefocust”.
Ik weet het ook niet. Zou deze specifieke tak van de tech-industrie zulke andere normen hebben dat het niet gebruiken van powerpoints tot kritiek leidt? Ik kan het me haast niet voorstellen, want cognitive overload theory is niet een cultuurgebonden tak van wetenschap, het gaat over de algemene manier waarop menselijke hersenen functioneren. Maar het is zeker een hypothese. Dat betekent dat ik daar in het vervolg wel ernstig rekening mee moet houden.
Maar voordat ik dat tot werkhypothese verhef, stel ik hem nog één vraag: “Heb je een filmpje laten opnemen van je pitch?”. Ik weet het antwoord al, want Peter vergeet telkens om anderen te vragen om zijn optredens even op te nemen op de smartphone.
“Nee”, is dan ook het niet-onverwachte antwoord. Echter, hij voegt eraan toe: “Maar ik heb wel een paar foto’s”.
“Laat ze maar zien”, zeg ik. Zodra de foto’s in beeld komen, zie ik iets raars.
“Wat heb je in je rechterhand?”, vraag ik.
“Een clicker”, zegt hij. “Dat vind ik lekker”.
Met moeite hou ik een head slap naar mijn voorhoofd in. Zucht. Dít is het probleem! Een clicker wekt bij een publiek de verwachting van een powerpoint met flink wat slides. Dus logisch dat als je die niet gebruikt, mensen denken: Wat is hier aan de hand?
Weet dat alles wat je doet als spreker relevant is. Ook je lichaamstaal. Ook de items die je in je hand, of op tafel of in je broekzak hebt. Allemaal communiceren ze iets naar je publiek.
Dus: hou geen clicker in je hand als je geen powerpointshow hebt. Want voor je het weet is je publiek alleen nog maar bezig met de vraag: ‘Waarom heb je een clicker in je hand als je die niet gebruikt?’.